Vluchtelingenverhalen als stof voor mythen van morgen

image-11De roman ‘Gehen, ging, gegangen’ van Jenny Erpenbeck verscheen in september 2015, midden in wat de vluchtelingencrisis is gaan heten. Ze vertelt de verhalen van Afrikaanse vluchtelingen die in Berlijn zijn beland vanuit het perspectief van Richard, emeritus hoogleraar klassieke filolologie. Via hem verbindt Erpenbeck de levens van de vluchtelingen met mythen uit de oudheid. Richard groeit uit tot een toonbeeld van de Willkommenskultur avant la lettre. Want Erpenbeck begon haar boek toen niemand kon vermoeden dat een miljoen vluchtelingen naar Duitsland zouden komen.

Voor het speciale themanummer over vluchtelingen van het Tijdschrift voor Biografie, dat in november 2016 is verschenen, schreef ik een essay over Erpenbecks roman: hoe die in Duitsland werd ontvangen, de ervaringen van vluchtelingen die zij beschrijft en de gevolgen van de komst van de vele vluchtelingen naar Duitsland.

Het idee een boek over vluchtelingen te schrijven, kwam bij Jenny Erpenbeck (Oost-Berlijn, 1967) op toen ze in oktober 2013 van de grote scheepsramp op de Middellandse Zee hoorde, waarbij meer dan 300 mensen verdronken. ‘Ik was geshockeerd en dacht: ik wil twee jaar van mijn tijd aan de vluchtelingen wijden’, vertelt ze in juni van dit jaar in de Oostenrijkse krant Die Presse.

In dezelfde herfst van 2013 kampeert een groep voornamelijk Afrikaanse vluchtelingen al een jaar op de Oranienplatz in Berlijn. Het is een protestkamp: ze willen erkend worden als politiek vluchteling, ze willen kunnen werken en een garantie dat ze niet worden uitgezet. Het merendeel van hen is via Italië Duitsland binnen gekomen. Volgens de Europese afspraken gemaakt in het Dublin II-akkoord moeten ze terug naar Italië en daar hun asielprocedure afwachten. Maar daar is geen werk en hebben ze soms ook geen onderdak.

In Duitsland mogen ze ook niet werken en hebben ze geen recht op een verblijfsvergunning. Terug naar Italië is voor velen geen optie – ze zitten in een impasse. Anderhalf jaar bivakkeren de vluchtelingen op de Oranienplatz. In april 2014 wordt het protestkamp ontruimd en worden de bewoners verdeeld over verschillende liefdadigheidsinstellingen en opvanglocaties in Berlijn.

Oranienplatz

Het is in een van deze opvanglocaties dat Erpenbeck met vluchtelingen spreekt. Ze legt uit dat ze een boek wil schrijven en mensen zoekt die hun verhalen aan haar willen vertellen. In ‘Gehen, ging, gegangen’ is het Richard die met de vluchtelingen in gesprek raakt. Hij is weduwnaar, net met emeritaat en weet niet goed wat hij met zijn tijd moet doen. Dat wordt aan het begin van het boek duidelijk in Erpenbecks gedetailleerde beschrijvingen van Richards dagindeling: hoe hij zijn boterhammen smeert, zijn boodschappenlijstjes maakt en boodschappen doet, naar welke tv-programma’s hij kijkt, hoe hij mijmert over tijd en zijn toekomst.

Als hij met de vluchtelingen in contact komt, krijgt het boek meer vaart en wordt Richard ook sympathieker. Hij leest over de vluchtelingen en gaat kijken op de Oranienplatz. Als hij wil weten wat tijd eigenlijk is, concludeert de emeritus-hoogleraar, kan hij het beste spreken “met degenen die uit de tijd zijn gevallen”.

Richard bereidt de vragen die hij de vluchtelingen wil stellen grondig voor, maar als hij eenmaal zo ver is dat hij hen op de Oranienplatz wil bezoeken, blijkt het kamp net te worden ontruimd. Een deel van de bewoners wordt opgevangen in een bejaardentehuis in Oost-Berlijn, bij hem in de buurt. Richard gaat er met een notitieblokje naar toe, vraagt de Afrikaanse jongens en mannen waar ze vandaan komen, waarom ze naar Duitsland zijn gekomen en hoe ze hun dagen doorbrengen. Hij luistert naar hun verhalen en raakt steeds meer betrokken bij hun levens.

Ook als lezer word je de verhalen van de vluchtelingen ‘ingezogen’, ondanks Erpenbecks kalme, onspectaculaire schrijfstijl. Daarmee creëert ze afstand, maar kan ze ook de traumatische ervaringen van de vluchtelingen beschrijven zonder dat het sentimenteel wordt of als effectbejag overkomt. De biografieën van de vluchtelingen zijn het sterkste onderdeel van het boek. Erpenbeck weet de kracht van de verhalen te gebruiken, waardoor je ademloos blijft lezen. En doordat ze Richard hun verhalen in verbinding laat brengen met mythen uit de klassieke oudheid en met middeleeuwse epiek, plaatst ze hun verhalen ook in een grotere geschiedenis.

Willkommenskultur avant la lettre

Richard helpt bij de taallessen in de opvanglocatie, geeft de mannen kleding en voedsel, gaat met ze mee naar instanties, geeft een van de jongens bij hem thuis pianoles en verdiept zich in de juridische kant van hun verhaal. Hij wordt een toonbeeld van wat in de zomer van 2015 in Duitsland de Willkommenskultur zou gaan heten: Duitsers die vluchtelingen bij aankomst massaal welkom heten, talloze vrijwilligers die hen helpen, en media die zich ronduit activistisch tonen met dramatische verhalen over vluchtelinggezinnen, met voorbeelden van hoe mensen zich inzetten voor de nieuwkomers, met tips voor hoe om te gaan met vreemdelingenhaat en met oproepen tot Zivilcourage.

Daar speelt de Duitse geschiedenis een rol in. Dat zag je ook in de reactie van kanselier Merkel, die in augustus 2015 op een persconferentie zei dat ze het een compliment vond dat zoveel mensen naar Duitsland wilden komen: “De wereld ziet Duitsland nu als een land van hoop en kansen. En dat was echt niet altijd zo.” Maar de Willkommenskultur was ook een reactie op de rechts-extremistische aanslagen op asielzoekerscentra, die sterk in aantal toenamen: van zo’n 60 aanslagen in 2013 naar rond de 1000 in 2015. Zowel veel Duitsers als veel Duitse media wilden in de zomer van 2015 met hun bereidheid vluchtelingen op te vangen een tegenwicht bieden aan het extreem-rechtse geweld.

Erpenbecks roman bevat vluchtverhalen van mensen uit Ghana, Niger, Libië, Nigeria, Guinea, Sierra Leone, Mali. Het boek biedt veel informatie over vluchtoorzaken, over hoe de levens van de mensen in die landen ontwricht raken door oorlog, terreur, vlucht, omzwervingen, eerst door Afrika, dan over zee naar Europa. Het zijn vaak traumatische verhalen van mensen die vrienden en familie kwijtraken, worden verjaagd, gemarteld, in kampen gestopt. Een deel van de vluchtelingen wordt door milities die hen hebben opgepakt in de boten gedwongen waarmee ze de Middellandse Zee oversteken.

Daarnaast bekritiseert Erpenbeck de Duitse en Europese bureaucratie.

Het gaat er in die verordening niet om vast te stellen of die mannen oorlogsslachtoffers zijn. Verantwoordelijk voor de inhoud van hun verhaal is enkel het land waarin ze voor het eerst voet op Europese bodem zetten. Alleen daar mogen ze asiel aanvragen en nergens anders (…) Richard begrijpt dat met Dublin II elk Europees land dat geen Middellandse-Zeekust heeft, het recht heeft gekocht om niet te hoeven luisteren naar de vluchtelingen die over de Middellandse Zee komen. Een zogenoemde asielbedrieger zou dus ook iemand zijn die een waargebeurd verhaal vertelt in een land waar ze er niet naar hoeven luisteren, laat staan erop reageren.

Richard merkt al snel hoe weinig hij eigenlijk weet van de mensen die hij spreekt, en van de landen waar ze vandaan komen. Hij heeft moeite hun namen te onthouden en noemt hen Apollo of Tristan: dat is nou eenmaal de wereld die hij kent. Aan ‘Apollo’ vraagt hij:

Uit welk land kom jij?
Daar is alweer dat ‘jij’. Maar misschien komt het ook door de leeftijd. De jongen zou zijn kleinzoon kunnen zijn. En hij ziet eruit zoals hij zich Apollo altijd heeft voorgesteld.
Del deserto, antwoordt de jongen in het Italiaans.
Samen met zijn vrouw heeft Richard verscheidene taalcursussen in Toscane gevolgd, de eerste in de zomervakantie meteen na de val van de Muur. Uit liefde voor Dante.
Hoezo ken je Italiaans?
We hebben een jaar lang les gehad. In het kamp. Het woord ‘kamp’ zegt de jongen niet in het Italiaans.
In Lampedusa?
Nee, daarna, op Sicilië.
De Griekse tempels in Agrigento. En de man op de motorfiets die in het voorbijgaan de handtas van zijn vrouw weggriste. Als in een 2500 jaar omvattend diorama was hij de klassieke oudheid en het kapitalisme tegelijk binnengegaan. Nu herhaalt hij zijn vraag: uit welk land kom jij.
Uit de woestijn.
Wist Richard maar hoe groot de Sahara precies is.
Uit Algerije? Sudan? Niger? Egypte? Voor het eerst komt de gedachte bij hem op dat de door de Europeanen getrokken grenzen de Afrikanen eigenlijk helemaal niets zeggen. Toen hij onlangs de hoofdsteden opzocht, zag hij weer de kaarsrechte lijnen in de atlas, maar nu pas wordt hem duidelijk wat een willekeur er zichtbaar wordt in zo’n lijn.

Dat Erpenbeck ervoor koos de vluchtelingencrisis te verweven met de antieke mythen is niet toevallig, vertelt ze in het interview met Die Presse: “Wat de vluchtelingen meemaken, is de stof waarmee de mythen van morgen zijn gemaakt. De verhalen die zij beleven, zal men later als legenden waarnemen. Vluchtelingen weten veel over dat wat het leven uitmaakt. Ze zijn met de belangrijkste vragen van het mens-zijn geconfronteerd: hoe ga je ermee om dat je alles bent verloren? Met het feit dat je complete familie is omgekomen? Hoe ga je met herinneringen om, met je enige bagage die niets weegt en die toch een last is die je altijd bij je draagt? Vluchtelingen moeten veel aan het verleden denken omdat ze geen toekomst hebben, omdat ze niet mogen werken.”

Sommige verhalen van de vluchtelingen lijken zelf bijna mythisch. Richard spreekt met een jongen die vanaf zijn tiende met een karavaan door Niger trok.

Hoe lang is zo’n karavaan onderweg?
Een paar maanden, soms een jaar.
Midden door de woestijn?
Ja.
En hoe vinden jullie daar de weg?
We kennen hem.
Ja, maar hoe?
De jonge Toeareg haalt zijn schouders op.
We kennen hem.
Richard zou het graag begrijpen. Hij staat nog steeds naast de omgekeerde roeiboot met de jongeman die 3500 kilometer heeft afgelegd om hem in de tuin te helpen.
Zien jullie het aan de sterren?
Ja.
En overdag, als er geen sterren zijn?
De mannen weten wat er op de weg is gebeurd.
Wat wanneer op de weg is gebeurd?
Altijd.
Ooit?
Ja.
Ze vertellen het?
Ja.
Onder het lopen?
We lopen niet, we rijden.
O ja.
’s Avonds worden de verhalen verteld.
Ze herkennen de weg aan de hand van de verhalen?
Ja.
Ze herkennen hem door wat ze zich herinneren?
Ja.
Richard zwijgt. Natuurlijk heeft hij altijd geweten dat de Odyssee en de Ilias, voordat Homerus – of wie dan ook – ze voor het eerst opschreef, mondeling overgeleverde verhalen waren. Maar nog nooit was het verband tussen plaats, tijd en dichtwerk hem zo duidelijk als op dit moment.

Uit een gesprek tussen Richard en een andere vluchteling, Awad:

Als je een vreemdeling wordt, zegt Awad, heb je geen keus meer. Je weet niet waar je heen moet. Je weet niets meer. Ik kan mezelf niet meer zien, het kind dat ik was. Ik heb geen foto meer van mezelf.
Mijn vader is dood, zegt hij.
En ik – ik weet niet meer wie ik ben. Een vreemdeling worden. Voor jezelf en voor de anderen. Zo zag een overgang er dus uit.

Erpenbeck is theaterwetenschapper, regisseur en een in Duitsland veelgeprezen schrijfster. In haar familiegeschiedenis is het thema vlucht altijd aanwezig geweest, vertelt ze in een interview in Die Zeit. Zo vluchtte haar opa van vaderskant, een communist, met haar oma in de jaren dertig eerst naar Praag en daarna naar de Sovjet-Unie. Haar moeder kwam als klein meisje direct na de Tweede Wereldoorog als Heimatvertriebene naar Duitsland, toen miljoenen mensen met Duitse wortels uit Oost-Europese landen als Polen, Roemenië, Tsjechië en Rusland werden verjaagd. “Misschien dat ik me daarom goed in de situatie kan verplaatsen van mensen die een radicale breuk in hun leven ervaren”, denkt Erpenbeck.

Vriendelijkheid en bevreemding

‘Gehen, ging, gegangen’ werd in Duitsland een bestseller en stond op de shortlist voor de prestigieuze Deutsche Buchpreis van 2015. Maar Erpenbeck won hem niet. Volgens een deel van de Duitse recensenten is dat ook terecht. Zij prijzen de manier waarop ze het thema vluchtelingen behandelt; hoe ze weet te ontroeren zonder dat het sentimenteel wordt; ze zijn vrijwel unaniem lovend over haar dialogen, over hoe ze de botsing van culturen tussen Richard en de vluchtelingen beschrijft, “de crossover van vriendelijkheid en bevreemding”; en over het belang van een boek dat het vluchtelingenvraagstuk zo helder maakt. Maar ze hebben kritiek op het literaire gehalte van het boek, dat tekortschiet, zeker in vergelijking met haar eerdere werk.

Daarnaast is haar hoofdpersoon Richard een probleem. “Een burgerlijk-intellectueel Gutmensch”, die zich veel naïever opstelt dan voor zijn status logisch is, aldus een criticus, alleen om de lezer van de nodige informatie te kunnen voorzien. Dat komt soms geforceerd over. Ook komen de conflicten die achter de goede wil schuilgaan, de consequenties van het Duitse opvangbeleid, niet in het boek aan bod, luidt de kritiek in verschillende Duitse media.

Want op de zomer van de Willkommenskultur en het ‘Wir schaffen das’ van Merkel volgt eind 2015, begin 2016 in Duitsland de onzekerheid, als blijkt dat de opvang en integratie van een miljoen vluchtelingen een enorme opgave is. Lange tijd had Merkel met haar beleid het merendeel van de Duitse bevolking achter zich: in september 2015 ervoer volgens een ARD-peiling 61 procent van de Duitsers de komst van de vluchtelingen niet als een bedreiging. Dat is inmiddels anders. Ruim 80 procent van de Duitsers zag migratie en de integratie van buitenlanders in de zomer van 2016 als het dringendste probleem dat Duitsland moet oplossen, bleek uit een peiling van het toonaangevende marktonderzoeksbureau GfK. Dat was meer dan twee keer zoveel als het jaar daarvoor. Na de aanslagen in Ansbach en Würzburg die in juli van dit jaar door asielzoekers werden gepleegd, is de verdeeldheid over Merkels ‘Wir schaffen das’ nog groter geworden. Haar populariteit daalde tot het op een-na-slechtste resultaat van deze regeerperiode.

Maar Erpenbeck ziet het niet als haar taak politieke oplossingen te bieden. “Ik maak de wetten niet”, zegt ze in Die Zeit. “Het enige dat je als schrijver kunt doen is mensen eraan herinneren dat staten en deze vorm van rigide grenzen een tamelijk nieuwe uitvinding zijn. Dat er altijd al beweging is geweest in de geschiedenis van de mensheid en dat sommige kwesties zeer principieel zijn. We hebben extreme welvaartsverschillen in de wereld en die verschillen streven altijd naar een balans.”

Door de komst van de honderdduizenden vluchtelingen naar Duitsland sinds de zomer van 2015 lijkt een deel van Erpenbecks boek achterhaald, vinden sommige critici. Ze is ingehaald door de actualiteit. De lezers kennen de vluchtelingenverhalen inmiddels via de media, oordeelt de publieke radiozender Deutschlandradio Kultur. Veel mensen hebben zelf ervaren wat Richard in het boek meemaakt, bijvoorbeeld als hij zich afvraagt hoe het kan dat berooide vluchtelingen een smartphone hebben en dan ontdekt dat die onmisbaar is tijdens hun vlucht en om in contact te blijven met hun lotgenoten, die net als zijzelf voortdurend naar andere plekken worden gestuurd.

Crashcourse in vluchtelingenkunde

Toch zijn de meeste Duitse recensenten het erover eens dat Erpenbeck met haar roman “een belangrijke bijdrage levert aan het vluchtelingendebat” (Der Spiegel). “Het boek vertelt van het daadwerkelijk op elkaar botsen van culturen onder moeilijke voorwaarden: namelijk de wetenschap van de ene kant dat ze niet gewenst is maar slechts geduld wordt – en de onuitgesproken schaamte van de andere kant over het feit dat die met persoonlijk engagement ook niets kan veranderen”, schrijft de Frankfurter Allgemeine Zeitung bij verschijning van het boek. “Erpenbeck verandert met haar boek de blikrichting in een tijd waarin niet alleen politiek met de consequenties van de Willkommenskultur wordt geworsteld.” Die Welt noemt het “een roman als een crashcourse in vluchtelingenkunde”.

‘Gehen, ging, gegangen’ biedt ook inzichten in het Duitsland van na de eenwording: de verschillen tussen Oost en West en de rol die de Tweede Wereldoorlog ook nu nog steeds speelt. Zo blijkt Richard, de geboren Ossie, 25 jaar na de val van de Muur de weg in West-Berlijn nog steeds niet te kennen. En hij raakt verstrikt in de Duitse geschiedenis als hij met Osarobo, een 18-jarige jongen uit Niger, van zijn huis, waar hij hem pianoles gaf, terugloopt naar de opvanglocatie.

Wist je dat hier vroeger het Oosten was? Osarobo schudt zijn hoofd. East?
Waarschijnlijk is de vraag voor iemand uit Niger verkeerd gesteld, denkt Richard en hij probeert het nog een keer: wist je dat er in Berlijn ooit een muur stond, die het ene deel van de stad scheidde van het andere deel?
I don’t know.
Een paar jaar na de oorlog is die gebouwd. Wist je dat het hier ooit oorlog was?
No.
Een wereldoorlog?
No.
Heb je de naam Hitler weleens gehoord?
Who?
Hitler, die de oorlog is begonnen en al die Joodse mensen heeft vermoord?
He killed people?
Ja, hij heeft mensen gedood – maar niet zoveel, zegt Richard gauw, want hij heeft er al spijt van dat hij zich bijna heeft laten verleiden om deze jongen, die net voor de slachtingen in Libië is gevlucht, over de slachtingen hier te vertellen. Nee, Richard zal deze jongen nooit vertellen dat het machinale vermoorden van mensen amper een generatie geleden in Duitsland is uitgevonden. Hij schaamt zich daar plotseling heel erg voor, alsof wat iedereen hier in Europa weet zijn persoonlijke geheim is, waarmee hij niemand op de wereld mag lastigvallen. En meteen daarna overvalt hem, niet minder hevig, de hoop door de argeloosheid van deze jongen zelf nog een keer verplaatst te worden naar een Duitsland van vóór dat alles.

Naarmate het boek vordert, wordt de situatie van de vluchtelingen met wie Richard te maken heeft steeds uitzichtslozer. Het zijn economische vluchtelingen die in de asielzoekerscentra de plaats van de werkelijke oorlogsvluchtelingen innemen, hoort hij om zich heen. En dat de Afrikanen hun problemen in Afrika moeten oplossen. Richard, de lijstjesman, stelt zich voor hoe een to-dolijstje van de Afrikaanse mannen die hij kent er dan uit zou moeten zien. Op het lijstje van Karon zet hij: corruptie, nepotisme en kinderarbeid in Ghana afschaffen. Voor Rashid bedenkt hij: christenen en moslims in Nigeria met elkaar verzoenen; en Boko Haram ertoe bewegen de wapens neer te leggen. Terwijl hij op het lijstje van “Hermes de analfabeet met de goudkleurige schoenen, en Ali, de toekomstige ziekenverpleger”, zet: verbod op wapenleveranties aan Tsjaad (USA en China); en verbod op het winnen en uitvoeren van aardolie in Tsjaad (USA en China).

In het boek eindigt het verhaal van de vluchtelingen als ze met Richard en diens Duitse vrienden zijn verjaardag vieren in zijn tuin. Voor Erpenbeck zijn de verhalen na de publicatie van haar boek niet klaar. Ze heeft met de meeste vluchtelingen die ze voor haar boek sprak nog steeds contact, vertelt ze in verschillende interviews. “Ik zou willen dat hun leven nu fantastisch is en licht”, zegt ze, “maar het tegendeel is het geval.” Ze hebben nog steeds een werkverbod en wachten inmiddels vier jaar op verandering. Ze slapen in noodonderkomens en leven van giften. Een van de mannen is gek geworden, vertelt Erpenbeck, zijn vrienden in de opvang zijn bang dat hij hen of zichzelf iets aandoet en proberen hem naar Afrika te krijgen. “Een ander die goed Duits heeft geleerd en heel graag een opleiding wil volgen, overweegt nu toch terug te gaan naar zijn eigen land en zich daar aan te sluiten bij een of andere groep rebellen. Alleen om ergens op de wereld een plaats te hebben waar men hem wil.”

Dit artikel verscheen in november 2016 in het speciale themanummer over vluchtelingen van het Tijdschrift voor Biografie.

De citaten komen uit de Nederlandse vertaling ‘Gaan, ging, gegaan’ van Elly Schippers.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Duitsland, Geschiedenis, Historicus en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s